Thursday
Feb092012

Onderwijs, ICT & Innovatie - pas op de plaats

Onlangs bezocht ik de beurs Onderwijs & ICT. Die zag er grotendeels hetzelfde uit als vorig jaar. Het gebrek aan innovatie maakte het voor mij persoonlijk minder inspirerend daarentegen lijkt het me voor het veld positief. Dit aangezien zowel mijn ervaringen als verschillende onderzoeken uitwijzen dat scholen nog lang niet alle nieuwigheden hebben geïmplementeerd. 


Op de beurs zou je denken dat een (volledig) digitale les de normaalste zaak van de wereld is. Dat lessen altijd op het digibord worden gegeven en daarbij verschillende devices worden ingezet voor de interactie met de leerlingen. Dit zou tevens impliceren dat alle docenten een dusdanig breed didactisch repertoire hebben dat zij niet alleen lesmateriaal kunnen arrangeren maar ook ontwikkelen. De praktijk wijst anders uit.


Infrastructuur & hardware zijn wellicht nog het best ontwikkeld op scholen. Steeds meer scholen hebben een (wireless) netwerk. Toch heeft nog maar één op de vijf leerlingen een pc tot zijn of haar beschikking. Om 1 op 1 ICT te realiseren, en daarmee de efficiëntere benutting van het netwerk, is het niet verbazingwekkend dat initiatieven als BYOD in het onderwijs aan interesse winnen.


Op gebied van content zijn ook verschillende ontwikkelingen (steeds meer digitaal & meer eigen materiaal – zie bijvoorbeeld de leermiddelenmonitor) al is het nog lang niet gemakkelijk om snel iets te vinden of te maken dat goed past binnen de leerlijn op sites als leermiddelenplein en leraar24


Het ontbreken van gebruiksvriendelijkheid beïnvloed hier denk ik de gepercipieerde bruikbaarheid. Wat in de vorige blog werd gesteld ten aanzien van sociale media lijkt ook op te gaan voor ICT in het algemeen “onbekend maakt onbemind”.


Natuurlijk spelen de vaardigheden van docenten hierin ook een rol. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een groot deel van de docenten niet voldoende op de hoogte is van de mogelijkheden die nieuwe tools en content bieden en daarmee ook vaak de vaardigheden die nodig zijn voor de inzet niet ontwikkelen.


De schoolleiding moet hierin een rol spelen door in bovenstaande items te faciliteren. En het zou ook een stuk schelen wanneer je een collega kunt vragen om hulp en die je ook daadwerkelijk wat nuttigs kan vertellen. Al is het maar op één klein subonderwerp.


Pas wanneer al deze (vier plus) onderdelen in balans zijn ga je pas echt een sprong zien in de voordelen die ICT biedt (productiviteit, flexibiliteit, …). 


Het lijkt mij dan ook prima dat de technische innovatie op gebied van Onderwijs & ICT even stil staat. Dit geeft docenten de kans om wat meer gewend te raken aan en bekend te raken met de innovatie van de laatste jaren. Wanneer je met nieuwe materie aan de slag gaat ben je niet in één keer een expert, of het nu gaat om social media of digitale leermiddelen. Daar gaat tijd overheen, dat blijkt ook in het basis, voortgezet en middelbaar onderwijs. 

 

Thursday
Jan122012

Social media in het onderwijs - onbekend maakt onbemind

Ik ben volledig overtuigd van het feit dat social media het onderwijskan verrijken, daarom denk ik dat iedereen in het onderwijs het zou moeten gebruiken of in ieder geval eens moet proberen. Het past in de tijdsgeest om dan een Facebook actie of viral te starten en deze via Twitter bekendheid te geven maar ja, dat werkt natuurlijk minder voor een niet-social media gebruiker.

 

Ons onderzoek toont aan dat slechts 1 – 3% van de onderwijsprofessionals social media in de les gebruikt. Met mij zijn er heel veel mensen die dat percentage veel te laag vinden. De kleine groep die gebruikt maakt van social media, doet dit wel vol enthousiasme. In de hoop om in 2012 een doorbraak op het gebied van social media te bewerkstelligen, worden mensen bijvoorbeeld uitgenodigd om mee te denken over een ‘Positief social media protocol’ of laten ze hun opbouwende geluid horen binnen de ‘Lente in het Onderwijs’. Goed bezig! 

 

Jullie laten je ideeën met name zien door de inzet van social media. Dat levert online veel medestanders op, je bereikt echter niet je doelgroep: De onderwijsprofessional die nog geen social media gebruikt en vaak denkt dat social media een lastig of zelfs gevaarlijk instrument is. 
Hoe laten we deze groep dan wel groeien? Zoals gezegd, de plaats waar we deze groep niet bereiken is op Twitter, Facebook of Linkedin. Maar waar bereiken we ze dan wel? En hoe laten we ze wel deelnemen aan de online wereld die een steeds belangrijker onderdeel van de samenleving vormt? Moeten we met stencils de klas in om het onbekende aspect weg te nemen? 

 

Onbekend maakt onbemind. Een docent die niet weet wat social media inhoudt en wat je er mee kunt gaat het niet snel uit zichzelf gebruiken. Er zijn al genoeg veranderingen die extra tijd vergen en deze voelt als de volgende in de rij. In ieder geval totdat docenten zien en ervaren hoe makkelijk, leuk en waardevol het kan zijn. Hoe een docent het kan toepassen in zijn dagelijks leven, zodat zijn werk nog leuker, interessanter en bovenal makkelijker gemaakt kan worden!

 

Ik denk dat we bij het begin moeten beginnen; de onderwijsprofessional kennis laten maken met social media. Niet alleen online de voordelen benoemen, maar ook een fysieke benadering. Op congressen, tijdens seminars, op momenten dat we ze daadwerkelijk tegen komen. Daar kan door persoonlijke aandacht worden ingespeeld op ieders eigen wensen en belemmeringen in het gebruik van social media. Die belemmeringen moeten per geval weggenomen worden. Ze zullen met eigen ogen willen zien waarom het niet eng is en dat het wat op kan leveren, dus we zullen ze mee moeten nemen in onze dagelijkse social-media-praktijk. Zullen we de handen ineen slaan en 2012 gebruiken om zoveel mogelijk mensen in het onderwijs te overtuigen? Ik ga vandaag beginnen. En zal in de loop van het jaar mijn ervaringen hier en in de praktijk delen. Zodat wij van elkaar kunnen leren wat werkt. Ik hoop u ook. 
Thursday
Nov242011

Veilige leeromgeving

Naar aanleiding van twee incidenten in de afgelopen maand in Roermond en Nieuwegein,  roept de voorzitter van de vakvereniging CNV-onderwijs op tot het opstellen van ‘heldere grenzen in het onderwijs’. Deze heldere afspraken tussen leraar, ouder, leerling en school moeten leiden tot een veiliger werkklimaat binnen het onderwijs.

Uiteraard hebben leraren recht op een veilige werkomgeving waarin zij goed kunnen functioneren, maar hetzelfde geldt voor leerlingen die recht hebben op een veilige leeromgeving. De vraag is hoe een dergelijke situatie gerealiseerd kan worden.

In het overheidsbeleid is al jaren een toenemende aandacht voor het creëren van een 'educatief partnership' tussen ouders en leraren. Over hoe een dergelijke samenwerking er in de praktijk uit komt te zien, lopen de meningen uiteen. Zo klinkt er uit de hoek van de harde hand de roep om de zogenaamde opvoedcontracten waarin (tot op het soort televisieprogramma’s waarnaar gekeken wordt) wordt vastgelegd hoe ouders hun kinderen dienen op te voeden. Anderen als Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, gaan minder ver, maar pleiten wel voor intensivering van de samenwerking tussen leraar en ouder.

Uit recent onderzoek van de Onderwijs Innovatie Groep en ITS (Radbouduniversiteit Nijmegen) blijkt dat er op dit punt verbeteringen liggen. Het feit alleen al dat bijna een kwart van de ouders weleens heeft overwogen hun kind van school te halen, lijkt te wijzen op een serieus verschil tussen de wensen en verwachtingen van de school en de ouders. Verder blijkt uit het onderzoek dat bijna de helft van de ouders nooit met de leraar over opvoeding praat. Een verontrustend taboe tussen de twee belangrijkste opvoeders van de leerling.

Om in de toekomst op constructieve wijze te werken aan een veiliger klimaat op school voor leraar en leerling, is het noodzakelijk dit gat te dichten. Leraar en ouders moeten daartoe beiden een stap naar elkaar toe zetten. Ouders moeten zichzelf weer meer betrekken bij wat er in de school gebeurt en leraren moeten op een professionele en open manier met ouders durven communiceren over de ontwikkeling van hun leerlingen.